De zomervakantie is voorbij, de bureaus zitten weer vol. Agenda’s lopen weer vol en op papier is iedereen gewoon weer aan het werk.

Er bestaat zelfs een term voor: post-vacation blues. Je bent terug, maar je systeem draait nog op halve kracht - trager denken, sneller afgeleid, minder scherp dan normaal. Niets ergs, meer een soort jetlag zonder de vliegreis, en iets wat bedrijfspsychologen breed herkennen bij de stap van vakantie naar werk.

Volgens Ashwin Taneja, lichaamstaalexpert en oprichter van Body Signals Academy, is die dip niet alleen iets wat iemand voelt, maar ook iets wat je kunt zien. “Het lichaam laat spanning en ongemak altijd zien, ook wanneer de oorzaak niet meer is dan even moeten wennen aan een nieuwe situatie,” zegt hij. “Bij iemand die zich op zijn gemak voelt, zie je dat terug in een open, ontspannen houding. Zodra er spanning of onzekerheid meespeelt, verschuift dat naar signalen van ongemak.”

Voor één medewerker is dat een kleine kwestie. Voor een organisatie die na de zomer in korte tijd weer op volle kracht moet draaien, telt het op: tientallen gesprekken die net iets trager op gang komen, een eerste teamoverleg dat minder energie heeft dan verwacht, besluiten die vertragen omdat mensen minder actief meedenken dan normaal. Wie als leidinggevende niet weet hoe die eerste weken eruitzien, loopt het risico onnodig bij te sturen op een team dat vanzelf weer op stoom komt - of, andersom, een signaal te missen dat wél om aandacht vraagt.

Hoe lang deze fase meestal duurt

Bij de meeste mensen trekt de dip vanzelf weg binnen een paar dagen tot ongeveer een week. “Het lichaam went aan een nieuw ritme, net zoals het went aan het ritme van een vakantie,” zegt Taneja. “Bij de een gaat dat sneller dan bij de ander, en dat zegt op zichzelf niets over motivatie.”

Bij sommige mensen duurt het net wat langer, vooral wanneer de agenda vanaf de eerste werkdag alweer overvol zit. Dan krijgt het lichaam geen ruimte om rustig te wennen, en blijven signalen van ongemak zichtbaar terwijl ze bij een rustigere opbouw allang zouden zijn weggezakt.

Het verschil tussen gemak en ongemak in gedrag

Het onderscheid tussen signalen van gemak en ongemak is een van de meest gebruikte bouwstenen binnen de lichaamstaalkunde. Comfortabel gedrag herken je bijvoorbeeld aan:

  • een open houding, zonder armen of voorwerpen die iemand gebruikt als barrière
  • hoofd licht gekanteld
  • ontspannen schouders en kaken
  • rustige, vloeiende bewegingen

Ongemak en oplopende spanning uiten zich juist in het tegenovergestelde:

  • een houding die iets ineengedoken is, met de schouders naar voren
  • armen die over elkaar gaan, of een voorwerp (tas, laptop, beker) dat tussen jou en de ander wordt geplaatst
  • zelf-troostend gedrag: over de nek wrijven, met een pen of ring spelen, de lippen op elkaar persen

“Dit zijn geen uitzonderlijke signalen,” zegt Taneja. “Je ziet hetzelfde patroon bij iedere vorm van onzekerheid of spanning. Na de zomer is de aanleiding vaak simpelweg dat iemand nog moet wennen aan het ritme van werk.”

In de praktijk zie je dat bijvoorbeeld terug in het eerste teamoverleg na de zomer: iemand die normaal actief meedenkt, zit er de eerste dagen bewust stiller bij, met de armen iets dichter naar het lichaam en een blik die vaker naar het scherm of de notities gaat dan naar de groep. Niets om je zorgen over te maken, maar wel iets om even bewust te registreren.

Waarom dit vaak verkeerd wordt geïnterpreteerd

Taneja wijst erop dat ongemaksignalen in de praktijk regelmatig verkeerd worden geduid: “Mensen interpreteren een gesloten houding of stilte al snel als desinteresse. Maar het signaal zegt iets over spanning of onzekerheid op dat moment, niet over de motivatie voor het werk zelf.”

Dat onderscheid is relevant voor leidinggevenden. Een gesprek dat start vanuit de aanname dat iemand minder betrokken is, terwijl er sprake is van een tijdelijke aanpassingsfase, kan averechts uitpakken: iemand die al wat ongemak vertoont en daarop wordt aangesproken op houding of inzet, trekt zich eerder verder terug dan dat diegene weer aanhaakt. Op teamniveau kan dat effect zich herhalen bij meerdere medewerkers tegelijk, precies op het moment waarop een organisatie juist weer op volle kracht wil draaien.

Hoe je hier als leidinggevende mee om kunt gaan

Op basis hiervan geeft Taneja een aantal concrete aandachtspunten:

  • Vergelijk met iemands normale gedrag. Een afwijking herken je pas als je weet hoe iemand zich doorgaans gedraagt. Iemand die van nature gesloten oogt, vertoont geen “ongemaksignaal” wanneer die er weer zo bij zit.
  • Kies voor een lichte check-in, niet voor een beoordeling. “Hoe gaat het, lukt het al om weer aan het werkritme te wennen? Ik heb er namelijk wel wat moeite mee.” vraagt om een ander soort antwoord dan “Ik merk dat je wat gesloten overkomt.”
  • Let op de richting, niet op één moment. Verschuift iemand na een paar dagen weer naar een meer open, ontspannen houding? Dan hoort dat bij een gewone terugkeerdip. Blijven de ongemaksignalen langer aanhouden? Dan is een gesprek mogelijk op zijn plaats om te begrijpen wat er speelt.
  • Bouw het gesprek rustig op. Iemand niet meteen overladen met beslissingen, talloze meetingen of nieuwe informatie geeft ruimte om weer op zijn of haar gemak te komen.
  • Benoem het gewoon. Even hardop zeggen dat de eerste week na de vakantie meestal wat trager verloopt, normaliseert de dip - voor je team, en net zo goed voor jezelf.

Een periode om te observeren

Wie het verschil kent tussen signalen van gemak en ongemak, kan makkelijker onderscheid maken tussen een tijdelijke aanpassingsfase en een signaal dat om een gesprek vraagt.

Lees ook: Na de zomer hoor je de werkdruk niet, je ziet het en Na de zomervakantie klinken veel collega’s weer gemotiveerd, maar niet iedereen laat het zien.